Advocatenkantoor Ester - Contractenrecht - Juridisch Advies Contractenrecht

Contractenrecht

Feb 3, 2019

Eigendomsvoorbehoud; wanneer kunt u de door u geleverde zaken terughalen?


Als uw facturen niet worden voldaan, komt u niet altijd een beroep toe op het eigendomsvoorbehoud. Wanneer kunt u met een beroep op het eigendomsvoorbehoud de geleverde zaken terughalen?

Categorie: Uit de praktijk
Ingezonden door: Ehran

Deze week speelde verschillende keren in onze praktijk het eigendomsvoorbehoud. Twee verschillende cliënten leverden installaties aan een andere ondernemer, maar de facturen bleven onbetaald. "Kunnen we de installatie niet uit het pand slopen?", zo was de vraag. Ondanks dat een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen, betekent dat niet zondermeer dat de installatie kan worden teruggehaald. In het ene geval kon het wel, in het andere geval moest naar een andere oplossing gezocht worden. Wanneer kunt u met een beroep op het eigendomsvoorbehoud de geleverde zaken terughalen?

Uitgangspunt is dat de afnemer van rechtswege eigenaar wordt van de zaak die u levert. Daarbij doet niet ter zake of de koop- of aanneemsom is voldaan.

Als u een eigendomsvoorbehoud overeenkomt met de afnemer, betekent dit dat u eigenaar blijft van de zaak totdat de koop- of aanneemsom is voldaan. Voor de aannemers onder u is van belang dat het voorbehoud ook kan worden gemaakt voor vorderingen uit overeenkomsten, waarbij - naast levering van zaken - ook werkzaamheden worden verricht, bijvoorbeeld de aannemer die zowel bouwmaterialen levert als 'het werk' vervaardigt.

Het eigendomsvoorbehoud wordt meestens opgenomen in algemene voorwaarden. Deze voorwaarden moeten dan wel van toepassing zijn op de overeenkomst. Hoe u die van toepassing krijgt, leest u in een van mijn voorgaande bijdragen.

Dat een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen, betekent echter niet dat u bij uitblijven van betaling zondermeer het recht heeft de geleverde zaken terug te halen! In de praktijk rijst veelal de vraag of de zaken onderdeel zijn gaan uitmaken van de onroerende zaak/het gebouw van de wederpartij, de zogenaamde natrekking. Voornoemde levering van installaties is daarvan een goed voorbeeld.

Op grond van artikel 3:4 Burgerlijk Wetboek wordt al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een zaak, bestanddeel van die zaak. Maar wat is nu een onderdeel van de onroerende zaak?

De wet geeft ons daarvoor een aanknopingspunt. Er is sprake van een bestanddeel als "een zaak zodanig verbonden is met de hoofdzaak dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken". Met achteraf aangebrachte installaties is dat meestal nog wel mogelijk.

Maar met die enkele vaststelling zijn we er nog niet. Uit de jurisprudentie blijkt dat een aanwijzing dat een zaak als onderdeel van een hoofdzaak heeft te gelden, ook kan zijn gelegen in de omstandigheid dat:

  1. de twee zaken in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd; of
  2. de hoofdzaak, indien het bestanddeel zou ontbreken, als onvoltooid moet worden beschouwd in de zin, dat de hoofdzaak dan niet geschikt is te beantwoorden aan haar bestemming.

In het eerste geval speelt de vraag of het bestanddeel, de installatie, noodzakelijk is voor die specifieke bedrijfsvoering. In het tweede geval gaat het om de bestemming die uit de aard van de hoofdzaak zelf voortvloeit, niet om de economische of maatschappelijke bestemming die de concrete gebruiker subjectief aan de hoofdzaak heeft gegeven, aldus de Hoge Raad. In iets begrijpelijker taal: niet van belang is welke functie de installatie vervult in het concrete productieproces, maar of de onroerende zaak, zonder die installatie, nog dienst kan doen als bedrijfsruimte, kantoor, bedrijfshal etc.

Of in een bepaald geval naar verkeersopvatting sprake is van een bestanddeel moet in het licht van alle omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Dat de installatie een tijdelijke functie heeft en dus uiteindelijk verwijderd zal worden, levert dus (ook of slechts) een indicatie van het tegendeel op.

Het overeenkomen van een eigendomsvoorbehoud betekent dus niet dat u in alle gevallen de geleverde producten kan terughalen, maar daarmee zijn de mogelijkheden niet uitgeput. De praktijk leert dat (te) weinig gebruik wordt gemaakt van andere mogelijkheden, zoals - bijvoorbeeld - het retentierecht en recht van reclame.

Het retentierecht is de bevoegdheid die een partij heeft om het uitgevoerde werk of de onder hem aanwezige zaak niet af te geven, maar de afgifte daarvan 'op te schorten'. Als die bevoegdheid goed en op het juiste moment wordt ingezet, levert het retentierecht een krachtig incassomiddel op (meer daarover leest u hier).

Bij het recht van reclame ontbindt u de overeenkomst, maar dat gaat verder dan ontbinding alleen; ook de eigendom van de geleverde zaken keert terug. Daaraan zijn wel strikte voorwaarden verbonden. Zo kunt u het recht van reclame alleen inroepen binnen zes weken nadat de vordering tot betaling van de koopprijs opeisbaar is geworden (dus na het verzenden van de factuur en niet na het verstrijken van de betalingstermijn), maar niet later dan zestig dagen nadat het product aan de afnemer is geleverd.

Advocatenkantoor Ester beschikt  over een ruime ervaring op het gebied van adviseren en procederen over vastgoed en contracten. Neem gerust vrijblijvend contact met ons op met vragen op dit gebied.
artikel_naam: 

Advocatenkantoor Ester Hillegom hamer