In civiele (handels)zaken is het gebruikelijk dat de rechter de partij die ongelijk heeft gekregen veroordeelt om de proceskosten van de tegenpartij te betalen. Een proceskostenveroordeling betekent niet dat de verliezende partij alle kosten, dus ook de advocaatkosten, moet vergoeden. In deze bijdrage legt mr. Ester uit wat welke kosten onder een proceskostenveroordeling vallen.
Hoe zit het met de kosten en een kostenveroordeling in een (civiele) procedure? Een veel voorkomende vraag die tot veel onduidelijkheid leidt.
In civiele (handels)zaken is het gebruikelijk dat de rechter de partij die ongelijk heeft gekregen veroordeelt om de proceskosten van de tegenpartij te betalen. Maar wat zijn nu precies proceskosten en betekent een kostenveroordeling dat de wederpartij alle kosten, dus ook de advocaatkosten, moet vergoeden?
Onder de kostenveroordeling vallen:
- het griffierecht;
- de kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding;
- de reis-, verblijf- en verlet (het gemiste inkomen) kosten; en
- de kosten van rechtsbijstand (de advocaatkosten).
De eerste genoemde kosten worden volledig vergoed.
De kosten van rechtsbijstand worden daarentegen vastgesteld aan de hand van een speciaal tarief, het zogenaamde 'Liquidatietarief'. De omvang daarvan wordt vastgesteld aan de hand van de verrichte proceshandelingen en het belang van de zaak. Voor elk soort zaak geldt een ander tarief, net zoals bij de griffierechten.
Zo wordt in een (handels)zaak bij de Rechtbank met een belang tussen € 20.000- en € 40.000,- afhankelijk van het aantal proceshandelingen, een kostenveroordeling van maximaal € 4.053,- en bij een belang tussen de € 40.000,- en € 98.000,-, maximaal € 8.940,- opgelegd (tarief 2017). Deze bedragen hebben alleen betrekking op het Liquidatietarief en zijn dus exclusief de eerder genoemde kosten die volledig vergoed worden. Meer informatie over de berekening daarvan kunt u hier vinden.
In de uitkomst of de aard van de zaak kan de rechter aanleiding zien de proceskosten te compenseren, wat betekent dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Dit is bijvoorbeeld het geval als geen van partijen volledig of in overwegende mate gelijk heeft gekregen of in familiezaken.
Weliswaar zijn deze tarieven niet bindend, maar zij worden in beginsel door de gerechten gevolgd. Slechts in uitzonderingsgevallen wordt wel eens afgeweken van het liquidatietarief. Daartoe kan de rechter bijvoorbeeld besluiten als een partij misbruik van procesrecht maakt of onrechtmatig handelt door een procedure te starten, maar dat wordt door rechters bijna nooit aangenomen; behoudens uitzonderingsgevallen heeft een ieder recht op toegang tot de rechter.
Achterliggende gedachte van deze historisch gegroeide regeling is - onder andere - dat een volledige proceskostenveroordeling feitelijk de toegang tot de rechter beperkt. Als een partij het risico niet kan dragen van een proceskostenveroordeling, zal hij geen zaak beginnen. Zelfs niet als hij 'in zijn recht staat'. Daarnaast kan het rechtsongelijkheid in de hand werken; een financieel draagkrachtige partij kan zich de toegang tot het recht veroorloven, maar een financieel niet draagkrachtige partij zal daar al snel van afzien. En dan hebben we het nog niet over de onzekerheid die dat voor partijen teweegbrengt en het gevaar dat de tarieven navenant zullen stijgen.
Wordt een partij in de proceskosten veroordeeld, dan moet deze partij deze kosten betalen. Ook als die partij op basis van een zogenaamde toevoeging (gefinancierde rechtsbijstand) procedeert. Op basis van een toevoeging kan daarvoor geen vermindering worden verkregen.
Voor bepaald soort zaken, zoals procedures over Intellectueel Eigendom, en bepaald soort procedures (bijv. arbitrage) gelden afzonderlijke regelingen op grond waarvan de werkelijke advocaatkosten kunnen worden toegewezen.
Er is wel eens gepoogd om de volledige kosten van rechtsbijstand op een wederpartij te verhalen, maar de Hoge Raad - ons hoogste nationale rechtscollege - maakte daar korte metten mee. De wettelijke regeling betreft een zowel limitatieve als exclusieve regeling ten aanzien van de proceskosten waarin een in het ongelijk gestelde partij kan worden veroordeeld.
Naast proceskosten kunnen wel buitengerechtelijke kosten worden gevorderd. Hieronder worden kosten verstaan die gemaakt zijn in de fase voorafgaand aan de procedure. Daaronder vallen - bijvoorbeeld - incassowerkzaamheden of kosten voor rechtskundige bijstand, voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. In zaken waar dat mogelijk is, vorderen wij deze kosten altijd, zodat u zo min mogelijk kosten zelf hoeft te dragen.
Nu kan je denken dat, omdat niet alle kosten worden vergoed en er altijd een risico bestaat dat je een procedure verliest, 'no cure no pay' uitkomst zou bieden. Een no cure no pay-afspraak is voor advocaten in Nederland verboden. En dat is maar goed ook, zoals ik eerder toelichtte.
Advocatenkantoor Ester is thuis op het terrein van het bouwrecht. Niet alleen bij de grote bouwprojecten, maar ook bij de kleinere. Of het nu een groot of klein werk betreft,....
De dagelijkse praktijk laat zien dat het huurrecht een ingewikkeld recht is. Er gelden verschillende regelingen voor verschillende vormen van huur. Zo gelden er andere regels voor...
Iedereen heeft dagelijks te maken met het sluiten van contracten, zowel ondernemingen als particulieren. Of u nu een overeenkomst met een afnemer of leverancier sluit, of een brood bij de bakker koopt.
Wanneer iedereen ....